Ga naar inhoud

Sjablonen en instellingen

De meeste stacks worden door HD Services aangemaakt vanuit een sjabloon: een kant-en-klaar compose-bestand plus een beschrijving van de instellingen die per klant verschillen. Die beschrijving (het manifest) bepaalt wat u op het tabblad Settings ziet.

Het tabblad Settings

  • De velden van het formulier: naam, type, of het verplicht is, een standaardwaarde, een hulptekst (de ? achter het veld) en eventueel een keuzelijst. Elk veld wordt een variabele in het .env-bestand van de stack.
  • Vervolgstappen: de kaart Next steps op het tabblad Overview, met wat er na het aanmaken nog moet gebeuren (DNS-record, eerste deploy, content).
  • Gedrag: of de stack een site met content heeft, of hij een toegangslijst krijgt, of de nachtelijke update standaard aanstaat, of hij uit een git-repository bouwt.

De bibliotheek met sjablonen is van HD Services; klanten kiezen er niet zelf uit. Vraag HD Services welk sjabloon bij uw applicatie past.

Type Wat u invult
tekst Vrije tekst.
domein Een hostnaam zonder https://, bijvoorbeeld www.voorbeeld.nl.
e-mail Een e-mailadres.
getal / poort Een getal; een poort tussen 1 en 65535.
wachtwoord Een geheim. Bij een verplicht wachtwoordveld vult het portaal een willekeurig gegenereerde waarde in; u kunt die laten staan of vervangen.
keuze Eén waarde uit een lijst.
vinkje Aan of uit.

Velden die zelden nodig zijn, staan onder Advanced ingeklapt.

  • Een gegenereerd wachtwoord wordt één keer getoond, direct na het opslaan. Kopieer het dan naar uw wachtwoordmanager. Met Regenerate bij het veld maakt u een nieuw.
  • Sommige velden slaan alleen een hash op (argon2id): de waarde zelf wordt niet bewaard en kan niet meer worden getoond. Voer een nieuwe waarde in om te vervangen, of plak een bestaande hash om er een te hergebruiken.
  • Velden waarvan de hulptekst zegt dat ze na de eerste deploy vastliggen (bijvoorbeeld de databasenaam) kunt u later niet meer veilig wijzigen: de applicatie heeft ze al gebruikt.

Save bewaart de instellingen als nieuwe revisie; ze gelden bij de volgende deploy. Save and deploy doet beide. Het tabblad Overview laat zien of de huidige definitie al draait.

Het compose-bestand van een sjabloon is zichtbaar op het tabblad Advanced; de naam van de stack is er overal ingevuld. U mag het aanpassen (bijvoorbeeld een extra domeinnaam), binnen de platformregels. De regels van het .env-bestand die bij formuliervelden horen, worden door het formulier beheerd; eigen regels die u toevoegt blijven staan.