Containers en logboeken
Een container is een draaiend onderdeel van een stack. De pagina Containers toont ze allemaal, met de stack waar ze bij horen, hun status en hun rol.

Rollen
Section titled “Rollen”Niet elke container hoort te blijven draaien. Het portaal kent vier rollen:
| Rol | Betekenis |
|---|---|
| Service | Een onderdeel dat altijd moet draaien (webserver, database). Gestopt betekent een probleem. |
| Finished | Een eenmalige taak die klaar is, bijvoorbeeld een databasemigratie. Dat hij gestopt is, is de bedoeling. |
| Waiting | Een eenmalige taak die nog aan de beurt moet komen. |
| Failed | Een eenmalige taak die met een fout is geëindigd. Dit telt als probleem en geeft een melding. |
Bij de status van een stack (“2/2 draait”) tellen alleen services en mislukte taken mee.
Starten, stoppen, herstarten
Section titled “Starten, stoppen, herstarten”Achter elke container staan knoppen om hem te starten, te stoppen of te herstarten. Dat is bedoeld voor het oplossen van een probleem bij één onderdeel. Voor een hele applicatie gebruikt u Deploy en Stop op de pagina van de stack: die houden alle onderdelen samen consistent.
Een gestopte container blijft gestopt tot u hem start of de stack opnieuw uitrolt.
Vergrendelde containers
Section titled “Vergrendelde containers”Containers met een slotje kunt u niet bedienen:
- containers van het platform (de web gateway), die horen bij HD Services;
- beschermde services: onderdelen die HD Services op uw verzoek heeft gemarkeerd, bijvoorbeeld een database die niet per ongeluk gestopt mag worden.
Hun logboeken kunt u wel lezen, behalve die van het platform zelf.
Logboeken
Section titled “Logboeken”Klik op Logs bij een container. U ziet de laatste regels met tijdstempels; de pagina volgt het logboek live zolang hij open staat. De tekst komt uit de applicatie zelf; wat erin staat, bepaalt uw software.

Via de MCP-server kan uw AI-assistent dezelfde logboeken lezen en samenvatten, bijvoorbeeld “laat de fouten van de laatste 200 regels zien”.