Begrippenlijst
Access list / toegangslijst: de lijst met netwerken die een bepaalde stack mogen openen. Alleen bij stacks waarvoor HD Services dat heeft ingericht. Zie Toegangslijsten.
Activity: de pagina met alle uitgevoerde taken (deploys, stops, back-ups), met wie ze startte en het resultaat.
API (REST API): de programmeerinterface van uw server op /api/v1, voor scripts en pipelines. Zie De REST API.
Back-up: een nachtelijke kopie van een database, volume of repository. Zie Back-ups.
Bearer-token: zie token.
CIDR: notatie voor een netwerk, zoals 203.0.113.0/24 (256 adressen) of 198.51.100.7/32 (één adres).
Compose-bestand: het bestand docker-compose.yml dat beschrijft uit welke containers een stack bestaat, met hun images, volumes en netwerken.
Concept (draft): bestanden die een assistent voor een site klaarzet maar die nog niet live zijn. Publiceren zet ze in één keer live.
Container: een draaiend onderdeel van een stack, gemaakt van een image.
Deploy: het uitrollen van een stack: images ophalen of bouwen en alleen herstarten wat veranderd is.
Deploy key: een SSH-sleutel waarmee de server alleen-lezen toegang heeft tot uw git-repository.
DNS A-record: de koppeling tussen een domeinnaam en het IP-adres van uw server.
Hash: een onomkeerbare versleuteling. Wachtwoorden en tokens worden als hash opgeslagen, zodat ze niet kunnen worden opgezocht.
HDDeploy: het hostingplatform van HD Services; ook de naam van het portaal.
Image: de kant-en-klare “installatie” waarvan een container wordt gestart, bijvoorbeeld nginx:stable of postgres:17.
IP-filter: de regel dat het portaal alleen bereikbaar is vanaf geregistreerde netwerken.
Job / taak: een actie die op de achtergrond loopt (deploy, stop, back-up). Taken draaien één voor één en bewaren hun uitvoer.
MCP (Model Context Protocol): de standaard waarmee AI-assistenten gereedschap van buiten gebruiken. Uw server biedt zo’n gereedschapskist op /mcp. Zie De MCP-server.
Nightly update: de instelling per stack om ’s nachts automatisch nieuwere images op te halen en opnieuw uit te rollen.
OAuth: de manier waarop claude.ai en ChatGPT zich zonder token aanmelden: via uw browser, met uw eigen account. Zie Inloggen vanuit claude.ai en ChatGPT.
Platformregels: de regels waaraan elk compose-bestand moet voldoen om de server veilig te houden. Zie Compose-bestanden en platformregels.
Protected service / beschermde service: een onderdeel van een stack dat vanuit het klantportaal niet gestopt of herstart kan worden, op verzoek gemarkeerd door HD Services.
Registry: een opslagplaats voor images, zoals Docker Hub of ghcr.io. Voor private images is een login nodig. Zie Private registries.
Revisie: een bewaarde versie van de definitie van een stack (compose-bestand, variabelen, instellingen). Zie Revisies.
Scope: een recht dat aan een token of koppeling is toegekend, zoals stacks.deploy. Zie API-tokens en scopes.
Site: een map met statische webbestanden die een stack uitlevert. Zie Sites.
Sjabloon (template): een kant-en-klare stackdefinitie met een invulformulier voor de instellingen. Zie Sjablonen en instellingen.
Stack: een applicatie: een groep containers die samen een geheel vormen. Zie Stacks.
Technicus: een medewerker van HD Services met toegang tot het platform zelf.
Token (API-token): een sleutel waarmee een script of assistent namens u werkt, beperkt tot de gekozen scopes. Begint met hdd_.
Traefik / web gateway: de component die al het webverkeer ontvangt, certificaten regelt en verzoeken naar de juiste stack stuurt. Beheerd door HD Services.
Variabelen (.env): de instellingen van een stack als KEY=value-regels, waarnaar het compose-bestand verwijst met ${KEY}.
Volume: opslag van een container die bewaard blijft als de container wordt vervangen (de database, geüploade bestanden).
VPS: virtual private server, uw eigen server bij HD Services.
Webhook: een adres dat een extern systeem (uw CI-pipeline, GitHub) kan aanroepen om een actie te starten, bijvoorbeeld een deploy. Zie Webhooks.
Wildcard-certificaat: een certificaat voor alle subdomeinen van een domein (*.voorbeeld.nl).