Stacks: uw applicaties
Een stack is een applicatie: een groep containers die samen een geheel vormen, beschreven in een compose-bestand (docker-compose.yml) met bijbehorende variabelen (.env). Een webshop met een database en een cache is een stack van drie containers. Stacks worden aangemaakt door HD Services, meestal vanuit een sjabloon; daarna beheert u ze zelf.
De pagina van een stack
Section titled “De pagina van een stack”Klik op de pagina Stacks op een naam. Bovenaan staan de naam, de status (hoeveel containers er draaien), de adressen waarop de applicatie bereikbaar is, en de knoppen Deploy en Stop. Daaronder tabbladen.

Overview
Section titled “Overview”- Next steps: bij een stack uit een sjabloon staan hier de stappen die na het aanmaken nog nodig zijn (een DNS-record, de eerste deploy, content).
- Containers: de containers van deze stack met status en een knop naar het logboek.
- Last deploy: wanneer, door wie en met welk resultaat; met een link naar de taak.
- Definition: het revisienummer van de huidige definitie en of die ook draait (“Deployed”) of nog uitgerold moet worden (“Changed since the last deploy”).
- Nightly update: aan of uit. Aan betekent: elke nacht worden nieuwere images opgehaald en wordt de stack opnieuw uitgerold als er iets nieuws is. Uit betekent: images veranderen alleen bij een handmatige deploy.
Settings
Section titled “Settings”Alleen bij stacks uit een sjabloon. Een formulier met de instellingen die het sjabloon kent: domeinnaam, wachtwoorden, versies, limieten. Bij elk veld staat uitleg achter de ?. Save bewaart de instellingen voor de volgende deploy; Save and deploy rolt ze meteen uit.

Source
Section titled “Source”Alleen bij stacks die op de server worden gebouwd vanuit een git-repository of een geüploade broncode. Zie Bouwen vanuit een git-repository en Bestanden uploaden.
Access
Section titled “Access”Alleen bij stacks met een toegangslijst: welke netwerken de applicatie mogen openen. Zie Toegangslijsten.
Webhooks
Section titled “Webhooks”Een adres waarmee uw CI-pipeline een deploy kan starten, en bij git-stacks de GitHub push-webhook. Zie Webhooks.
Revisions
Section titled “Revisions”Elke bewaarde versie van de definitie, met wie de wijziging maakte en hoe. Een oudere versie zet u met één klik terug. Zie Revisies.
Advanced
Section titled “Advanced”Het compose-bestand en de variabelen als tekst, met Validate (controleren zonder opslaan), Dry run (de deploy simuleren) en Pull images only. Zie Compose-bestanden en platformregels.

Deploy en Stop
Section titled “Deploy en Stop”Deploy haalt de laatste images op (of bouwt de applicatie uit de broncode) en herstart alleen wat veranderd is. De eerste start en latere updates gebruiken dezelfde knop. De deploy loopt als taak op de achtergrond; de pagina toont een link om mee te kijken, en het resultaat staat daarna onder Last deploy en op Activity.
Stop stopt en verwijdert de containers. De data in benoemde volumes (de database, geüploade bestanden) blijft bewaard; een volgende Deploy start de applicatie met dezelfde data.
Wat u zelf kunt en wat niet
Section titled “Wat u zelf kunt en wat niet”U kunt alles aan een bestaande stack wijzigen, uitrollen, stoppen en terugdraaien. Wat bij HD Services blijft: een stack aanmaken of verwijderen, de markeringen “WAN-poorten toestaan”, “uitzondering op de platformregels” en “beschermde services”, en de stacks van het platform zelf (de web gateway). Zie Wie doet wat.